Wat zie je? Had ik gevraagd.

Je ogen. Je hebt hemelsblauwe ogen van een engel.

Ik glimlachte en schudde mijn haar voor mijn gezicht.

Ik wilde weten wie hij was. Weten wat hij deed.

Een Kosovaar. Een schilder.

Hij vroeg zijn doeken te beschrijven.

 

Ik luister naar mijn eigen woorden.

Een stem als ieder ander.

Zijn hand beroert mijn rug, haast ongemerkt.

En...Ik laat begaan.

Je bent mooi zegt hij.

Ik draag de sporen van de tijd.

Daarom juist. 

 

Ik voel zijn stoppels in mijn hals, sluit de ogen.

De hitte van de hondsdagen maakte mij duizelig.

Mijn gezicht is vlak bij ‘t zijn.

Vingers volgen het gloeiend, glooiend landschap van mijn lijf.

Onder mijn huid kronkelen hete rivieren van gesmolten magma.

  Ik wil wat zal gebeuren.

Ik wil.

 

Nat geil tekent

een kaart in mijn kruis.

Vloeibaar als het zweet op zijn huid.

Nu!

Nu denk ik,

Nu!

 

Over zijn schouders staar ik,

naar de wereldkaart van

vochtvlekken.

Ik?

Zo maar.

Een vrouw.

Tania

Terug nar de lijstpagina