Beneden alle peil.
Vandaag maak ik in mijn eentje een laatste inspectieronde door ons
huis. Met droefheid neem ik afscheid van het uitzicht over het glooiende
heuvellandschap en jouw deel van de inboedel, maar mijn herinneringen neem ik
mee. Mijn hand glijdt nog even over het grote bed waarin onze twee jongens
werden verwekt en geboren. Met een routinegebaar sluit ik het keukenraampje en
controleer of het gas uit is. Zuchtend draai ik nog één keer de deur op slot en
laat mijn sleutelbos door de brievenbus glijden. Het kletterende geluid van het
metaal op de leistenen tegels aan de andere kant van de deur gaat door merg en
been. Dit was het dus.
Met een verstikkend gevoel in mijn keel en geplaagd door
melancholie plaats ik de resterende dozen in mijn Peugeotje. Als ik de motor
start en zonder omkijken de oprit afrijd, weet ik dat ik hier nooit meer een
voet over de drempel zal zetten. Ik ben niet langer welkom. Vanaf vandaag is
ons huis niet meer van ons. Het wordt jullie huis, van jou en je nieuwe geliefde.
<> <>
<>
Maar ooit begon het allemaal mooi en veelbelovend. Op mijn
negentiende sloeg de vonk over tijdens het Maastrichtse carnaval. Ik had met
een vriendin afgesproken in de Momus
op het Vrijthof maar ze kwam tot mijn ergernis niet opdagen. Achteraf was dat
maar goed ook, want anders hadden wel elkaar misschien nooit zien staan. Ik
dronk een pilsje van je en we raakten aan de praat. Hoewel… Praten werd ons
door de loeiharde Limburgse carnavalskrakers en de Zuid-Amerikaanse
sambaklanken vrijwel onmogelijk gemaakt. Dus hosten we samen op de maat van de
muziek tot het zo druk werd dat we bijna in de menigte plat werden gewalst.
Gebruik makend van je ellebogen baande je een weg door de
mensenmassa en trok mij met je mee naar buiten. Vanwege de toenemende vrieskou
in deze rumoerige februarinacht zochten we een andere kroeg op waar het ietsje
minder druk was. In d’n Hiemel
dansten en sprongen we verder tot onze benen het dreigden te begeven.
Na een doldwaze nacht bracht je me bij het
ochtendgloren achterop je gammele fiets naar huis. Met de carnavalsmuziek van
de zaate hermeniekes nog nadreunend
in mij oren droomde ik tot ver in de middag van je bruine ogen, je donkere
haren, je lange gestalte en je aanstekelijke lach.
Nog twee onvergetelijke carnavalsdagen volgden. Ik hing aan je
lippen. Mijn ogen waren onophoudelijk op jou gericht. Telkens als je me kuste
waande ik me in de zevende hemel. We dronken Limburgs bier en deelden een
puntzak van de aller lekkerste friet bij Reitz
op de Markt. In de schaduw van de eeuwenoude stadswallen vlakbij Poort Waarachtig gleden je handen die
avond voor het eerst onder mijn truitje op zoek naar mijn borsten. Op je
knedende vingers, soms even voorzichtig knijpend in mijn tepeltjes, reageerde
ik met passionele tongzoenen en veelbetekenende heupbewegingen.
Desondanks bleef het aanvankelijk bij een beetje friemelen en
betasten. Hoewel we beiden niet onervaren waren, voelden we instinctief dat we
tijd genoeg zouden krijgen om elkaar verder te ontdekken. Juist het tere, het
prille, het intense en soms zelfs serene gevoel van ontluikende liefde maakte
dat we slechts gedeeltelijk toegaven aan onze lichamelijke verlangens. De
fundering voor een langdurige relatie werd zorgvuldig, maar niet overhaast
gelegd.
<> <>
<>
Nu - bijna twintig jaar en twee kinderen later - is er nauwelijks
iets over van de liefde en passie van weleer. Gaandeweg zijn we van elkaar
vervreemd. Ongemerkt uit elkaar gegroeid, onbedoeld en ongewild. We worden
geleefd door werk, gezin en sociale verplichtingen. Geen tijd meer voor elkaar.
Gespreksstof blijft oppervlakkig en wat zich in het hoofd van de ander afspeelt
is ons een raadsel. Er zijn bange vermoedens, maar geen bewijzen.
We wonen onder hetzelfde dak, eten aan dezelfde tafel, voeden
dezelfde kinderen op en slapen in hetzelfde bed. Maar zelfs daar proberen we
elkaar te ontlopen. Ik ga vroeger naar bed en houd me slapende als jij naast me
kruipt. Sporadisch werken we nog een verplicht en routineus nummertje af. De
hartstocht is ver te zoeken. Volgens een ongeschreven wet fake ik na een half
uurtje een orgasme zodat ook jij kunt komen. En daarmee sussen we ons geweten.
Het einde blijkt onafwendbaar als je valt voor een andere vrouw,
jonger, slanker en mooier dan ik. Met lede ogen stel ik vast dat je opeens weer
volop straalt en glundert. Je hebt energie voor tien en honderden wilde plannen
die je ten uitvoer wilt brengen. Je loopt met je hoofd in de wolken en je
vertelt me enthousiast dat je weer vlinders in je buik voelt fladderen. Dat
gevoel was je bijna vergeten. Het leven lacht je toe. Nieuw geluk en een
veelbelovende toekomst liggen onder handbereik. De enige hindernis die genomen
moet worden, ben ik.
Het besef dat ik een probleem ben dat opgelost dient te worden, is
hemeltergend. Vol enthousiasme prijs je mijn opvolgster aan zonder te beseffen
dat je mij hiermee genadeloos op mijn hart trapt. Je verliefdheid voor haar
snijdt als een mes door mijn ziel, maar ik slik mijn emoties dapper door en
lieg dat ik blij voor je ben. Hoewel het verstandelijk tot me doordringt dat
onze relatie geen toekomst meer heeft, zijn mijn gevoelens voor jou nog niet
uitgedoofd. Je bent zolang van mij geweest dat ik je niet zonder slag of stoot
kan loslaten. Maar ik moet wel. Ik kan je niet meer aan me binden, dus moet ik
je laten gaan. Maar wat van mij en onze jongens gevraagd wordt, blijkt
aanzienlijk zwaarder dan ik ooit voor mogelijk heb gehouden.
<> <>
<>
De hele dag word ik in beslag genomen door de verhuizing. De
drukte geeft me geen tijd om na te denken over de nieuwe situatie. Ik sjouw met
spullen, pak dozen in en weer uit, geef aanwijzingen waar het meubilair moet
staan, zet koffie en laat pizza bezorgen. Boor- en timmerwerk teisteren mijn
trommelvliezen. Ik kan wel janken als een lomperik het antieke kastje van mijn oma
onherstelbaar beschadigt en ik vloek hartgrondig als mijn dierbare oosterse
beeldje - herinnering aan een onvergetelijke vakantie in Thailand - op de
tegelvloer uiteen spat. De opmerking dat scherven geluk brengen doet me op dat
moment bijna uit mijn vel springen.
Als alle hulptroepen zijn vertrokken en de jongens in bed liggen,
plof ik doodmoe op mijn vertrouwde leren bank neer. Mijn rug doet zeer van het
ongewone werk. De knoop in mijn maag wordt echter door iets anders veroorzaakt.
Met de moed der wanhoop kijk ik om me heen naar de chaos die nog overal heerst.
Zoveel dozen die nog moeten worden uitgepakt. Evenveel huisraad waarvoor ik nog
een plekje moet vinden. Hoeveel heeft een mens eigenlijk nodig? Naarmate de
emotionele leegte in ons leven toeneemt, vullen we de gaten met steeds meer
materialisme.
Verveeld zap ik langs de tv zenders. Ik zie het grijze hoofd van
Boudewijn de Groot voorbij komen die een hit zingt van weleer. Maar mijn hoofd
staat niet naar de levenswijsheden van Lennaert Nijgh. Niet vandaag. Dus druk
ik ongedurig op de stand-by knop en staar wezenloos naar het zwarte
beeldscherm.
Wat doe ik hier eigenlijk, denk ik, de weeë geur van verf en
nieuwe vloerbedekking negerend. Ik heb weliswaar al weken aan het idee kunnen
wennen dat dit krappe rijtjeshuis voortaan mijn nieuwe stulpje zal worden, maar
als mijn thuis voelt het nog lang niet. Als een dief in de nacht word ik door
eenzaamheid overvallen. Ik vecht tegen de tranen die in mijn ooghoeken branden.
Niet aan toegeven, houd ik mezelf voor. Het is al erg genoeg dat ik het geloof
in mezelf en het vertrouwen in de toekomst heb verloren. Het beangstigt me meer
dan ooit alleen verder te moeten. Ik betwijfel of ik het wel aankan. Een nieuwe
relatie zie ik voorlopig ook niet zitten. Daarvoor is de pijn nog te vers, de
wonden te diep, de verbittering te groot.
Ondanks alle dappere voornemens biggelt er toch een traan over
mijn wang.
Een vaag bekend geluid doet me opschrikken. Wat is dat? De bel?
Wie kan dat op dit onmogelijke uur nog zijn?
Met de mouw van mijn vest veeg ik gehaast over mijn gezicht en
loop struikelend over mijn eigen benen naar de voordeur. De adem stokt in mijn
keel als ik zie dat jij op de stoep staat. In het schamele schijnsel van de
straatverlichting kijken we elkaar zwijgend aan. Afwachtend en onwennig met de
nieuwe situatie weten we ons geen van beiden een houding te geven. Als de
stilte beklemmend dreigt te worden schraap je je keel.
“Ik kwam alleen maar even vragen of je misschien… eh… nog hulp
nodig hebt”.
Het klinkt weinig overtuigend. Mijn intuïtie vertelt me dat iets
anders je hierheen heeft gebracht.
Heftiger dan mijn bedoeling is schud ik mijn hoofd. Mijn warrige
krullen dansen voor mijn ogen.
“Nee. We kunnen slapen, douchen en eten. De rest komt wel”.
“Oké”, hoor ik je zeggen. “Dan is het goed”.
Klinkt er teleurstelling in je stem? Je maakt aanstalten om weer
weg te gaan, maar toch aarzel je. Ik ook. Ik kan mezelf er niet toe brengen de
deur weer te sluiten zolang je daar blijft staan. De neiging je hier te willen
houden is sterker dan ikzelf. Blijf alsjeblieft, smeek ik woordeloos. Al is het
maar heel even.
“Wil je iets drinken?” haast ik me te zeggen. “Koffie?”
Fout! Te laat realiseer ik me dat je ’s avonds geen koffie meer
drinkt. Maar tot mijn verbazing neem je het aanbod toch dankbaar aan.
“Ja, waarom ook niet?”
Ik stap opzij om je binnen te laten. Even later sta je midden in
de rommelige woonkamer om je heen te kijken naar de ongebruikelijke, maar
geslaagde kleurencombinatie in het interieur.
“Mooi”, knik je goedkeurend. “Je bent nog altijd even creatief”.
“Dank je”, mompel ik verlegen. Een originelere reactie wil me op
dat moment niet te binnen schieten.
Om de merkwaardige spanning te ontvluchten ga ik naar de keuken en
haal twee blikjes Brand bier uit de koelkast. Het goede merk, maar de verkeerde
verpakking. Waarom heb ik geen flesjes gekocht? Je hebt een hekel aan blikjes.
Maar hoe kon ik weten dat je me hier zou opzoeken?
Onhandig bied ik je een blikje aan.
“Of wil je toch liever koffie?” vraag ik.
“Nee, doe geen moeite. Dit is goed”.
Ik neem een paar flinke slokken van het koude nat en zoek
tegelijkertijd naar woorden. Als er niet snel een normaal gesprek op gang komt
ga ik gillen.
“Is alles wel goed met je?” hoor ik je vragen.
Verbaasd kijk ik je aan. Waar komt die plotselinge belangstelling
vandaan? Je aandacht was de laatste maanden volledig op iemand anders gericht.
“Ja… Ja hoor. Gaat wel”.
Je wendt je blik af. Het is alsof je me iets wil vertellen maar
niet weet hoe. Dat ik gelijk heb blijkt even later. Zonder me aan te kijken
prevel je iets onverstaanbaars.
“Sorry, wat zeg je?”
“Het is vreemd”, herhaal je zenuwachtig. “In huis bedoel ik.
Zonder jou… Vreemd en leeg. Ik mis je”.
Je woorden doen de grond onder mijn voeten bewegen. Ik ben
sprakeloos. Mijn hart slaat over en ik vergeet even adem te halen. Je mist me,
echoot het na in mijn hoofd. Je mist MIJ! Het huis is leeg zonder MIJ. Niet je
gezin. Niet de jongens. Niet de gezelligheid of mijn kookkunsten. Ik heb het
goed gehoord. Je hebt het wel degelijk over mijn persoontje en niemand anders.
Voor het eerst in maanden een teken van… Tja, waarvan eigenlijk?
“Je mist me?” vraag ik nog eens voor alle duidelijkheid.
“Ja. Is dat zo gek? We zijn tenslotte ons halve leven samen
geweest”.
Onze blikken zoeken en vinden elkaar. Ik lees weemoed in je ogen.
Twijfel ook. Spijt? Zou dat kunnen? Nu nog? Na alles wat er is gebeurd?
Verwarring alom. Allerlei gedachten pijnigen mijn hersens.
Talrijke vragen doemen op uit het niets. Tegenstrijdige emoties gaan
tegelijkertijd de strijd met elkaar aan. Een sprankje hoop vlamt op.
Is er eigenlijk nog wel hoop? Voel je nog wat voor me? Waarom zeg
je dit nu pas? Waarom niet eerder? We hadden elkaar zoveel tranen en rampspoed
kunnen besparen.
In sneltreinvaart schieten allerlei dingen door mijn hoofd die
ondernomen moeten worden om de scheidingsprocedure ongedaan te maken, maar mijn
gezonde verstand roept me tot de orde. Niet zo voorbarig, meid. Wie zegt dat
hij je terug wil? Eerst zien en dan geloven.
Mijn knieën knikken als je je armen naar me uitsteekt. In stilte
gil ik het uit. Nee! Doe me dit niet aan. Alsjeblieft!
Maar het volgende moment trek je me onherroepelijk tegen je aan.
Ik sla mijn armen stevig om je middel, vlei mijn wang tegen je borst en voel je
warmte door je overhemd heen. We houden elkaar vast alsof we nooit meer los
willen laten. Ik ruik je zo bekende lichaamsgeur. Dit is zo veilig en vertrouwd
dat het letterlijk pijn doet.
Je handen glijden zachtjes over mijn haren. Ze strelen mijn
schouders en mijn rug. Feilloos weet je mijn gevoelige plekjes te vinden. Ik
geniet in stilte. Dan til je met een vinger onder mijn kin mijn hoofd op en je
buigt je voorover om me te kussen. Ik smelt als onze lippen elkaar raken.
Gedachteloos geef ik me over aan de intensiteit van ons samenzijn.
Toch slaat opnieuw de twijfel toe als je doelbewust de rits van
mijn vest los trekt en je handen vrijpostig onder mijn truitje verdwijnen. In
mijn hoofd gaan onmiddellijk alarmbelletjes rinkelen. Je neukt tegenwoordig
iemand anders, bedenk ik. Dit moet ik niet willen. Hier werk ik niet aan mee.
Het is zij of ik. Alles of niets. Niet allebei. Je kunt niet eerst overspel
plegen met haar en vervolgens haar belazeren door mij te pakken. Dit is beneden
alle peil.
Maar je krijgt hulp uit onverwachte hoek. De keiharde bult in je
broek duwt brutaal in mijn buik en zet een heel leger hormoontjes in beweging.
Razendsnel doen de chemische processen in mijn lijf hun erotiserende werk. Mijn
tepels worden hard. Mijn ademhaling en hartslag versnellen. Er stroomt meer
bloed naar mijn kruis. De kliertjes van Bartholin produceren in korte tijd
zoveel vocht tussen mijn schaamlippen dat mijn slipje het niet droog houdt. Het
aangename gekriebel neemt toe onder invloed van je handen en mond, die steeds
verder op onderzoek uitgaan. Ze weten de weg. Al jaren.
“Ik verlang naar je”, fluister je schor in mij oor. “Je bent net
zo geil als ik. Ik zie het aan je. Denk je dat we het nog kunnen?”
Aan mij zal het niet liggen. Mijn wankelende verzet houdt niet
langer stand. De echtscheiding is nog niet officieel, overtuig ik mezelf. Op
papier ben ik nog steeds je vrouw. Hoe kan iemand me verwijten dat ik met je
neuk? Wie doe ik er kwaad mee? Als iemand er recht op heeft ben ik het. Ik ben
er helemaal klaar voor. Ik wil je. Je bent van mij. Alleen van mij. Altijd
geweest.
“Kom maar, schat. Kom… Maak me klaar!”
Ik ben me er amper van bewust dat die woorden uit mijn mond komen.
Kledingstukken vallen achteloos naast ons op de grond. Gesteund door je sterke
armen laat ik me langzaam achterover op de bank zakken. Smachtend spreid ik
mijn dijen. Daar moet het gebeuren. Ik hoef je niet te vertellen wat ik van je
verwacht. Je begrijpt me zonder woorden.
Je lacht het triomfantelijk lachje van een roofdier dat op het
punt staat zijn prooi te verslinden. Je hebt me waar je me hebben wilt. Eerst
kus je mijn mond en daarna mijn opstandige tepels. Je likt wellustig aan mijn
borsten en zakt dan verder af naar mijn navel, een spoor van speeksel achterlatend.
Ongeduldig duw ik je hoofd verder naar beneden. Het duurt me allemaal te lang.
Mijn kut schreeuwt om aandacht.
Een langgerekte zucht ontsnapt aan mijn lippen als je mond
eindelijk mijn heuveltje bereikt. Je tong likt eerst de contouren, maar gaat dan
in kleiner wordende cirkels op zijn doel af. Ik kreun luidruchtig als je mijn
klit beroert. Je neukende vingers vinden hun weg naar binnen. Lang duurt het
niet. Na ongeveer een minuut kerm ik onbeheerst mijn orgasme uit.
Bevredigd ben ik echter nog lang niet. Gedreven door een
onstilbare lust kom ik overeind. Nu is het jouw beurt om achterover in de
kussens te leunen. Ik kruip tussen je benen en grijp gretig naar je steigerende
pik. Kloppende aderen stuwen meer bloed erheen zodat je fluweelzachte velletje
tot het uiterste gespannen staat. Het is lang geleden dat ik je lul nog zo
bikkelhard en paars heb zien worden. Het besef dat jouw hunkering naar mij
klaarblijkelijk net zo groot is als andersom, maakt me ongekend hitsig.
Behoedzaam trek ik je voorhuid naar beneden en lik het voorvocht
van je eikel. Eén hand sluit zich om je zak en de ander om de basis van je lul.
Dan sluiten mijn lippen zich om de schacht en begin ik zachtjes te zuigen. Ik
hoor je tevreden grommen terwijl je vingers losjes in mijn haren grijpen. Met
zachte dwang sturen ze mijn bewegingen enigszins bij in de goede richting.
Gewoonlijk houd ik er niet zo van als je me diep in mijn keel neukt, maar
vandaag gaat het vrijwel vanzelf. Zonder kokhalzen slik ik de gehele lengte
keer op keer naar binnen. Het voelt beter dan ooit. Ergens in mijn achterhoofd
groeit een onoverwinnelijke sensatie. Zo hoort het te zijn. Jij en ik samen op
onze oude comfortabele bank, intens genietend van elkaar.
Op het nippertje weet je te voorkomen dat je voortijdig je zaad
loost. Ruw duw je mijn hoofd weg en trekt me op je schoot. Wetend waar je heen
wilt, plaats ik mijn knieën schrijlings naast je heupen. Ik leg mijn voorhoofd
tegen dat van jou. Onze neuzen raken elkaar en ook onze tongen hebben elkaar
opnieuw gevonden. Geanimeerd spelen ze het bekende spel van likken en proeven.
Je handen strelen mijn buik, mijn borsten, daarna mijn rug en mijn
billen. Ongeduldig wacht ik op het moment dat je vingers mijn bilspleet
opzoeken en mijn sterretje masseren. Hoewel erg voorspelbaar wil ik er geen
seconde van missen. Op jouw teken kom ik iets omhoog. Mijn heuveltje wrijft
plagerig langs je erectie voordat ik je eikel tussen mijn gezwollen lipjes
plaats en je pik tot aan je strakgespannen zak in mijn kut laat verdwijnen. Onbeweeglijk
laten we dit bijzondere gevoel van samensmelting enkele ogenblikken tot ons
doordringen. Dan beginnen aan onze aloude paringsdans. Eerst rustig en
behoedzaam, het tempo geleidelijk opvoerend tot een hard en meedogenloos neuken
tot het onontkoombare orgasme erop volgt.
Het is de meest opwindende ervaring sinds jaren.
Als we zwetend en hijgend in elkaars armen weer langzaam tot onze
positieven komen, klinkt er plotseling een zwak geluid. Ik kan het niet meteen
plaatsen, maar jij springt gehaast overeind en grijpt naar je kleren. Meteen
daarna volg ik je voorbeeld omdat ik nu ook kindervoeten op de trap hoor.
Wanneer de deur van de woonkamer aarzelend wordt geopend en een
achtjarig jochie ons slaperig en ogenwrijvend aankijkt, heb jij je alweer in je
spijkerbroek gehesen. Ik sta schutterig in mijn natte slipje te verzinnen welke
acceptabele uitleg ik ons kind voor dit onlogische tafereel moet geven.
“Mam, ik kan niet slapen,” klinkt het klaaglijk, meteen daarna
gevolgd door een meer opgewekt: “Hey pap!”
Je redt de situatie door op onze jongste zoon af te stappen en mij
aan zijn gezichtsveld te onttrekken, zodat ik me ongehinderd kan aankleden.
“Hoi knul”, hoor ik je zeggen. “Vertel eens, wat is het probleem?”
“Mijn nieuwe bed ligt helemaal niet lekker en ik hoor allemaal
rare geluiden”.
Even vrees ik het drama van een ontroostbaar huilend kind dat
niets liever wil dan in zijn eigen slaapkamer in zijn eigen bed slapen. Maar
het valt gelukkig mee. Onze schat laat zich moeiteloos paaien met een glaasje
melk en knuffels van zijn beide ouders. Niet hij, maar ik ben degene die naar
mijn oude vertrouwde huis en mijn eigen bed verlangt.
“Blijft papa vannacht hier slapen?” vraagt onze zoon hoopvol als
ik hem weer naar boven breng. Andere precaire vragen blijven wonder boven
wonder achterwege.
“Nee”, antwoord ik onverwacht zeker van mezelf. “Nee lieverd. Papa
kwam alleen even kijken of alles goed met ons is. Hij dacht dat we zijn hulp
misschien nog nodig hadden”
Terwijl ik deze woorden hardop uitspreek vallen de schellen van
mijn ogen. Zittend op de rand van het bed van ons kind komt ineens het besef.
Ik heb je hulp niet meer nodig. Ik heb jou
niet meer nodig. Je bent niet gekomen voor een hereniging of spijtbetuiging.
Het nummertje van vanavond betekent niet meer dan een afsluiting van een
periode, een symbolisch afscheid. Er ís geen weg terug. Nooit geweest.
Dit is slechts een allerlaatste stuiptrekking van een liefde die
er ooit was. Want je hebt van me gehouden. Daar twijfel ik niet aan. Maar ik was
niet de enige die gevoelig was voor je charmes en charisma. Je wist zelf maar
al te goed welke verleidelijke uitwerking je op vrouwen had. Mijn eigen
vriendinnen vulden hun dromen met jou. Vulde jij hun kut?
Hoelang ben je me trouw gebleven? Hoe vaak heb je andere lippen
gekust, een ander lichaam gestreeld, andere benen gespreid? Ik durf die vragen
niet hardop te stellen, want ik vrees de antwoorden. Alsjeblieft, laat me de
illusie koesteren. Onwetendheid is soms draaglijker dan de waarheid.
Ik zou nijdig moeten zijn. Ik zou je moeten haten, maar tot mijn
eigen stomme verbazing ben ik je juist dankbaar voor dit inzicht. Terwijl je
sperma een steeds onaangenamer plakkerig gevoel in mijn slipje veroorzaakt,
recht ik vastberaden mijn rug. Morgen, als de dozen zijn uitgepakt en de kasten
ingeruimd, ga ik met de jongens frietjes eten bij Reitz op de Markt, neem ik me voor. Ik heb nu lang genoeg mijn
schouders laten hangen, teveel tranen vergoten. Het is hoog tijd om knopen te
hakken, schepen achter me te verbranden, hoofdstukken af te sluiten en nieuwe
te beginnen. Morgen is de eerste dag van de rest van mijn leven. Ik kan er maar
beter het beste van maken.
Als ons knulletje in een diepe slaap valt en ik even later beneden
kom, staan de amper aangeroerde blikjes Brand nog op tafel als twee stille
getuigen van onze laatste liefdeseruptie.
Jij bent weg. Ditmaal voorgoed.
© Fanny
09-09-2009
Mijn liefde was de
inzet voor jouw spel,
door mij
liet jij je ijdelheid graag strelen.
Je wilde niet, dan wilde je weer wel.
Ik was verblind, ik liet maar met me spelen.
Je liet je zomaar door een ander stelen
en mijn geluk ging zomaar voor de bijl.
Maar mijn verdriet kon jou niet zoveel schelen
en dat was toch beneden alle peil.
(Beneden alle peil - © Boudewijn de Groot, Lennaert Nijgh)
----------------------------------------------------------------------------------------------------------
Bedankt Fanny.
Liefs
My

18-04-2010