2-Tatjana.backup_2012-01-09_12-07-55-078.jpg

 

Witkapje (2) De Griekse adonis

 

Witkapje en Xantitia zijn gelukkig in hun kasteel. Zolang ze daar wonen zal niemand hen ontdekken en kunnen ze hun wereld van witte magie en erotiek verder uitbouwen. Er is genoeg voedsel aanwezig in het uitgestrekt bos rond het kasteel en er stroomt een riviertje doorheen. Ze hebben hun taken verdeeld en nadat ze in het vorige verhaal ontdekt hebben dat ze erg veel voelen voor elkaar, gaat er geen dag voorbij zonder seks gehad te hebben, op hun manier. Ze zouden door de bevolking als heksen worden beschouwd en op de brandstapel eindigen. Omdat ze in een erg warm klimaat leven, lopen beide vrouwen altijd naakt rond en genieten van elkaars lekkernijen.

 

Het is middag, ze hebben lekker gegeten en liggen te luieren in de schaduw aan de voet van één van de vier hoge uitkijktorens. Vogels fluiten, krekels tsjilpen, een warme wind ruist door de donkergroene kruinen, witte wolken en een diepblauwe lucht brengen Xantitia en Witkapje in een rustige stemming.

 

Xantitia ligt op haar rug in het gras en kneedt haar grote stevige borsten, haar benen liggen wijd open, Witkapje likt en proeft van Xantitia 's sappige schaamlippen. Er weerklinkt gegiechel, lieve woordjes worden gefluisterd, zacht gekreun wisselt af met gehijg. Een klagende toon bij Xantitia luidt een diep en krachtig orgasme in, Witkapje wacht even, kijkt haar aan en ze gaat boven het gezicht van Xantitia zitten zodat haar vagina boven de mond van Xantitia komt. Even het hoogtepunt uitstellen, ze hebben nog veel tijd om klaar te komen... Nu is Witkapje aan de beurt en ze geniet intens van de tong van Xantitia die haar roze schaamlippen streelt. Dit gaat zo door, eindeloos, zorgeloos, intens... tot een krachtig hoogtepunt hun lusten blust. Nadien wandelen ze poedelnaakt door het kasteel om hun werk verder te zetten. Het kasteel is kraaknet binnenin, het ruikt er naar sterke kruiden, fakkels zorgen voor een gelig warm licht, in de wapenzaal zijn ze allebei met de wapens aan het oefenen: Xantitia is een meester in gevechtstechnieken en leert Witkapje zichzelf verdedigen. Uiteindelijk eindigen de twee lekkere vrouwen tegen de muur en zuigen ze aan elkaars tepels. Opnieuw wordt er gelikt en gestreeld... een intense zoen brengt hen weer dicht bij elkaar.

 

Op een dag merkt Xantitia op dat één bepaald kruid ontbreekt: zwarte klaverblaadjes. Het is nodig om hun toverdrank te bereiden om eeuwig jong te blijven. Eén belangrijke bijwerking is dat ze onvruchtbaar worden zolang ze de drank drinken. Maar daar treuren ze niet om zolang ze maar niet buiten het domein komen. Witkapje stelt voor om alleen naar de rand van het domein te trekken en het kruid te gaan zoeken. Er moet immers iemand in het kasteel blijven. Ondertussen is de drank nog actief, tegen middernacht zou die uitgewerkt zijn. Xantitia stemt ermee in en Witkapje vertrekt met een kort mes en buideltje naar de rand van het domein. Ze draagt enkel gevlochten laarzen. Ook haar wit kapje blijft in haar goudblonde haren gevlochten zitten, het is haar geluksbrenger. Haar kleine puntige tepels steken scherp af tegen haar grote gave bleke borsten. Ze is bloedmooi en Xantitia geeft ze een diepe innige tongkus om haar te sterken. De gebruinde Xantitia streelt nog even Witkapjes blonde schaamhaartjes, als teken dat ze haar straks nog eens lekker zal verwennen.

 

Witkapje trekt strijdvaardig door het dichte bos terwijl ze de geheime tekens langs de bomen en dicht struikgewas in het oog houdt om niet in de vele valkuilen te trappen. Soms kijkt ze de camouflage van de kuilen na om vijanden te misleiden. Haar bleke huid valt op tegen de groene en bruine tinten in het bos. Haar grote volle borsten wippen schattig op het ritme van haar stappen, haar benen worden soms gestreeld door zachte planten, haar blonde haren blijven soms haken rond fijne twijgen van bomen. Als een volleerd avonturierster baant ze een weg door het dichte spookachtige bos. De gedachte dat ze als een kwetsbare jonge vrouw naakt door een bedreigend bos sluipt, windt haar op. Ze beeldt zich in dat een sterke Xantitia haar in haar sterke armen klemt. Soms verlangt ze, zoals Xantitia, naar een penetratie van een dikke stevige penis van één of andere stoere ridder of krijger.

 

Ze wordt natter door die gedachte en op een open plek zoekt ze een zachte plaats om even te gaan zitten. Het mes en buideltje wordt op de grond gezet, een dikke laag varens doet dienst als bed waarop Witkapje gaat liggen. Ze kijkt naar de eindeloos lange boomstammen die verdwijnen in de blauwe lucht. Haar vingers gaan trillend van geilheid naar haar nat plekje, ze prikkelt haar gespannen klit, zuchtend geniet ze van de golvingen doorheen haar naakte lichaam, haar twee vingers gaan dieper, ze kreunt intens. Ze hoort niets meer, ze voelt haar hartslag in haar hals, een sterke golf welt op in haar onderbuik en ze kan nog net het klaarkomen vermijden. Haar borsten zijn gespannen, tepeltjes priemen naar boven en worden intens bespeeld. Over wat fantaseert de blonde schone?

 

Witkapje hoort niet dat er iemand verderop het schouwspel in de gaten houdt. Het is een dappere zeerover die reeds diep in hun bos gedrongen is en nu de bloedmooie naakte Witkapje met zichzelf ziet spelen.

Na jaren op zee gevaren te hebben, is hun schip gestrand en zijn ze op zoek naar voedsel en een schuiloord. Hij is de enige van drie overlevenden en ze hebben zich opgesplitst. Hij draagt een grote zwarte versleten hoed, heeft een haak en een immens zwaard. Zijn grote hoge laarzen moet hij keurig neerzetten om geen geluid te maken terwijl hij haar besluipt. Het is lang geleden dat hij nog een vrouw gezien heeft en zijn lid vult zich met bloed. Terwijl hij aandachtig kijkt hoe haar fijne vingers zich tussen haar glimmende schaamlippen schuiven en haar puntige tepeltjes de grote rondingen van haar fluweel witte borsten accentueren, krult hij zijn immense dikke penis uit zijn broek en langzaam trekt hij zich af. Het voelt heerlijk om nog zo'n krachtige erectie gevoeld te hebben en hij moet gesmoord grommen van deugd wanneer zijn eikel ontbloot wordt. De gedachte dat zijn trouwe makker straks in haar malse poesje mag boren en het opwippen van haar blote tieten terwijl ze weer bijna klaarkomt, doen hem reeds een eerste keer klaarkomen. Het zaad spuit met een krachtige straal naar buiten en hij krult ineen van woede...nu al!

Hij besluit om haar een lesje te leren en stormt op haar af. Witkapje veert half verdwaasd van geilheid rechtop en kan nog net zijn hand ontwijken die naar haar polsen wil grijpen om haar vast te pakken. Ze staat recht en loopt achteruit, maar botst tegen een dikke eik. Hij nadert snel en ze ziet zijn druipende penis nog steeds rechtop staan. In zijn ene hand heeft hij zijn zwaard vast, in zijn andere hand klemt hij zijn dikke penis vast terwijl hij een masserende beweging maakt.

 

"Ik zal je pakken, verdomme!" gromt hij. Zijn ene oog kijkt afwisselend naar haar borsten en venusheuvel, uit zijn mondhoeken druipt speeksel van lust.

Haar tieten gaan langzaam op en neer van de intense ademhaling, haar schattige tepeltjes trekken zijn aandacht.

"Kom, lief kind, laat me eens lekker zuigen aan die lekkere borsten vol melk van je," grijnst hij.

Wanneer hij heel dicht bij haar komt, knielt ze neer en doet alsof ze hem zal aftrekken. Gretig steekt hij zijn lid vooruit en laat die opwippen.

"Zie je, ik kan je nog eens diep neuken," gromt hij.

Hij sluit zijn oog en wacht op het moment dat Witkapje zijn harde stam vastgrijpt. "Ha, ja, trek maar liefje, smul er maar van, straks zal ik je..."

 

Maar een ijzige kreet weerklinkt door het bos. Witkapje heeft een diepe snede gemaakt in de stam van zijn penis en het bloed druppelt eruit. Voor hij beseft wat er gebeurd is, loopt Witkapje met haar mes, buideltje en het zwaard van de zeerover weg doorheen het bos. Haar borsten wippen sterk op, haar benen nemen grote passen, ze hijgt, zuchtend houdt ze de tekens op de bomen en in de struiken in de gaten en baant zich een weg naar de rand van het bos. In de verte hoort ze de brullende zeerover de achtervolging inzetten. Nog enkele bochten langs dikke eiken en ze is aan de rand van het bos, dan een landweg in en hopelijk is er iemand thuis in het bouwvallige huisje in de verte. Daar woont misschien iemand die haar kan helpen.

 

Gelukkig kent ze de weg uit haar hoofd en hoopt dat de zeerover in een kuil zal vallen. Maar hij komt dichter bij en elke richting die Witkapje neemt, wordt door hem nauwkeurig gevolgd. Zo kan hij nooit in de vallen trappen en terwijl ze rent, denkt ze na. Plots maakt ze een lenige en schichtige sprong naar links en hij wijkt van het pad af. Met één been kan hij zich nog afzetten op de rand van de kuil, maar zijn andere voet glijdt af en hij tuimelt erin. Witkapje hoort een kreet van angst en pijn en stopt even met rennen. Ze nadert voorzichtig de valkuil en hoort de zeerover spartelen. Haar borstkas zet heftig in en uit van de diepe ademhaling, ze wrijft over enkele schrammen op haar armen en benen. Wanneer het stil geworden is in de kuil, loopt ze weer weg en spoedig komt ze aan bij het oude huisje. Er komt rook uit de schouw en ze klopt aan. Een jonge kerel doet open en schrikt zich een bult wanneer hij Witkapje ziet staan. Even gluurt hij naar haar jonge volle borsten, haar schaamstreek en mooie elegante benen om haar tenslotte strak aan te kijken. Hij heeft blond krullend haar en lijkt sterk op een Griekse god. Zijn brede schouders en gespierde benen maken indruk op Witkapje, maar ze heeft geen tijd en wil geholpen worden.

 

"Kom binnen, schoonheid," begint hij op een rustige toon. "Waarom ben je naakt? Ben je uw kleren verloren? Heb je honger?" Vraagt hij terwijl hij een laken zoekt in de kleine ruimte. Hij draagt rond zijn middel een uit dierenhuid gemaakte broek en lijkt sterk op een gladiator.

"Je moet me vlug helpen, ik ben achtervolgd door een zeerover en hij wilde me..."

De kerel kijkt haar ongelovig aan en reikt haar het laken aan.

"O dat is lief van je," zucht Witkapje en ze kijkt uit het raam terwijl ze het laken over haar schouders drapeert. Het liefst zou ze naakt blijven...ze bloost.

"Hier ben je veilig, waar woon je?" gaat hij vriendelijk verder. Maar Witkapje verklapt niet waar ze vandaan komt.

"Ik woon eh...ik ben verdwaald," zucht ze.

"Ik zie het al, je mag hier wat blijven hoor, ik zal goed voor je zorgen," stelt hij op een rustige toon voor en legt zijn hand op haar schouder.

Witkapje betast zijn kruis en voelt een dikke knobbel, ze glimlacht en zijn ogen fonkelen, maar hij onderneemt niets. Ze laat het laken op de zitbank vallen en geeft hem uitzicht op haar grote volle jonge borsten. Ze is opgelucht en ervan overtuigd dat de zeerover dood is en iemand haar kan beschermen om het zwarte klaverkruid te helpen zoeken... misschien zouden Xantitia en zijzelf het nog goed kunnen gebruiken. Ze maakt zijn kledij los rond zijn middel en wil verder kennis maken..."Ik ben..."

 

Er wordt hard op de deur geklopt en een grauwe kreet weerklinkt. "Laat me binnen!!! Hoor je me!!!"

"Vlug, naar boven," brengt de kerel uit en Witkapje huppelt de trap op. Hij neemt zijn dolk en komt Witkapje achterna. Uit één van de ramen merkt Witkapje de zeerover op die hevig bloedend uit zijn been rond het huis rent. Even is de zeerover weg maar komt terug met een brandende toorts.

"Verdorie, hij is in mijn werkplaats geweest!" kermt de dappere kerel gesmoord.

De gewonde rover gooit de toorts op het strooien dak van het bouwvallige huisje en het vat direct vuur. "Naar beneden," beveelt hij en Witkapje en de jonge kerel vluchten de trap af. Ondertussen heeft de zeerover in een furie van pijn en woede de deur ingebeukt met een paal en staat hij hen op te wachten.

 

"Aha! Ik dacht het al," gromt hij. "Het lekker diertje heeft haar prinsje gevonden. Jullie kunnen kiezen, ofwel worden jullie geroosterd ofwel maak ik eerst je prins kapot en neuk ik je als een jachttrofee. Ik kies voor dat laatste," buldert hij en neemt zijn pistool.

"O nee!!!" gilt Witkapje.

De zeerover vuurt een schot af en raakt de blonde adonis in zijn schouder. De kerel valt achterover en Witkapje wil hem helpen maar ze wordt weggetrokken door de woedende zeerover. Hij sleurt haar naar buiten en ze kan zich onmogelijk losrukken uit zijn stevige greep. "Ik heb nog één kogeltje, lief kind, als je durft weg te lopen, knal ik je mooi lijfje neer, hoor je me!" zegt hij dreigend. Het dak kraakt hevig en er komt een deel naar beneden. De zeerover bindt Witkapje vast aan een houten karwiel en geniet van haar naakt kronkelend lichaam dat zich wil losrukken. Zijn penis ziet er bebloed en vies uit, maar staat terug rechtop.

"Nu neem ik je in al mijn kracht, ooo jaaa!" gromt hij.

"Wacht nog even," klinkt het plots vanuit de deuropening van het brandend en rokend huisje. "Ik ben er ook nog!" brult de blonde kerel en hij houdt zijn schouder vast met zijn ene hand.

"O hemel, je leeft nog!" zucht Witkapje opgelucht en ze valt bijna flauw.

 

De zeerover stormt op hem af en richt weer zijn pistool, maar de goddelijke kerel gooit zijn dolk die de zeerover niet heeft opgemerkt. Het lemmet boort zich in de keel van de zeerover en hij verliest zijn wapen, wil de blonde held naar de keel grijpen, maar krijgt een stevige vuist in zijn aangezicht en valt achterover. De taaie rover kruipt terug recht en probeert nog één keer uit te halen. Dan wordt het zwart voor zijn ogen. Tanden vliegen eruit, zijn neus verliest bloed en hij belandt in de vuurzee die reeds ontstaan is in het huisje. Een zware balk belandt nog eens boven op hem en hij blijft roerloos liggen. Het vuur neemt hem mee... Het huisje van de moedige kerel wordt herleid tot een brandende toorts. Witkapje kijkt hem met lede ogen aan, naakt, machteloos, met een schuldgevoel en vastgebonden aan het karwiel.

Hij maakt de bloedmooie vrouw los en ze valt hem in de armen. Haar lippen vinden zijn hals, haar borsten drukken tegen zijn gespierde borstkas. "Wie ben jij?"

"Ik ben Gondor, houthakker en ik dien de gravin Gertruide in het land van Venus," zegt hij zacht. "Wie ben jij nu eigenlijk?"

 

Enkele momenten later bevinden we ons terug in het bos van Xantitia, het buideltje staat bol van de zwarte klaverkruiden, het mes ligt ernaast. We horen gedempte stemmen, gelach, lieve woordjes en uiteindelijk weerklinkt gezucht en gehijg vanonder dicht struikgewas.

Gondor ligt op zijn rug te genieten hoe Witkapje intens likt en zuigt aan zijn grote dikke penis. Haar tong maakt capriolen rond het topje van zijn eikel en hij gromt van genot. Ze is hem eeuwig dankbaar.

Giechelend van geilheid gaat ze op hem zitten en kreunt diep wanneer zijn lid zich met een soppend geluid in haar sappig poesje boort en hij als tegenprestatie haar jonge volle borsten kneedt. Zijn gespierd lijf is als een schip van kracht en energie, dat bestuurd wordt door het bloedmooie Witkapje op een zee van lust.

Ze lacht intens wanneer ze zijn warm zaad voelt spuiten in haar lichaam...

 

Hoe zal Xantitia reageren wanneer Witkapje deze extra buit meebrengt?

 

Zeos

Dank je Zeos met liefs van

         My

  

Alle verhalen van deze auteur

Terug naar de lijstpagina (sprookje)

20-02-2012